Hoe werkt de Flex-e regeling voor grootverbruikers?
De Flex-e regeling bestaat voor grootverbruikers uit drie onderdelen die los van elkaar aan te vragen zijn: inzicht, onderzoek en investering. Per aanvraag komt één onderdeel in aanmerking. Wordt dat onderdeel binnen dezelfde openstelling afgerond, dan kan een organisatie daarna indienen voor een volgend onderdeel.
Die opbouw volgt de volgorde waarin een energievraagstuk zich in de praktijk ontvouwt. Eerst wordt duidelijk hoeveel speelruimte er in het verbruiksprofiel zit, daarna of de gekozen maatregelen technisch en financieel haalbaar zijn, en pas dan volgt de investering in bijvoorbeeld energieopslag. Bedrijven die al weten welke maatregel past, stappen direct in bij het onderdeel dat op hun situatie aansluit.
Subsidie voor een flexibiliteitsscan
De subsidie voor een flexibiliteitsscan vergoedt 50% van de kosten, met een maximum van €10.000. Een energieadviseur brengt daarbij de congestie situatie in de regio, het energieprofiel van de locatie en de mogelijkheden voor flexibel verbruik in kaart. De scan is bedoeld voor organisaties die nog geen scherp beeld hebben van de ruimte binnen hun bestaande aansluiting.
Subsidie voor een haalbaarheidsstudie
De subsidie voor een haalbaarheidsstudie dekt eveneens 50% van de advieskosten, met een minimum van €10.000 en een maximum van €125.000. Een adviseur onderzoekt of de gekozen maatregelen technisch en financieel uitvoerbaar zijn en hoeveel flexibel vermogen ze opleveren. Dit onderdeel richt zich op bedrijven die de richting al kennen en de business case willen onderbouwen vóór de investering.
Subsidie voor flexibiliteitsmaatregelen
De subsidie voor flexibiliteitsmaatregelen vergoedt 40% van de aanschaf- en installatiekosten, met een minimum van €25.000 en een maximum van €300.000. Voor landbouwbedrijven ligt dat maximum op €50.000. Kosten voor eigen personeel, beheer en onderhoud vallen buiten de regeling.
Het budget voor dit onderdeel bedraagt in 2026 ruim €16,1 miljoen, verdeeld over twee deelbudgetten. Maatregelen tot 100 kW flexibel vermogen delen €6,5 miljoen; maatregelen vanaf 100 kW delen €9,7 miljoen. Die splitsing bepaalt mede de kans van slagen, omdat beide potten los van elkaar leeglopen.
Wie komt in aanmerking voor Flex-e subsidie?
Voor Flex-e subsidie komen bedrijven en instellingen in aanmerking met een elektriciteitsaansluiting groter dan 3×80 ampère, een contract met een meetbedrijf en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De aansluiting moet liggen in een gebied met afname congestie. De aanvraag verloopt per vestiging, op basis van de EAN-code van de aansluiting.
In 2026 is de doelgroep verruimd. De eerdere eis van 100 kW gecontracteerd transportvermogen is losgelaten, waardoor alle grootverbruikers in congestiegebied kunnen indienen. Huurders zonder eigen aansluit- en transportovereenkomst vallen sinds deze ronde juist buiten de regeling; de pandeigenaar met de grootverbruik aansluiting kan dan mogelijk wel aanvragen.
Voor maatregelen met een gezamenlijk flexibel vermogen van 100 kW of meer geldt een congestiemanagement contract met de netbeheerder als voorwaarde. Onder die grens vervalt die eis en volstaat het aantonen van de energiebesparingsplicht. Dat verschil bepaalt in de praktijk de planning, want zo’n contract aanvragen kan enkele maanden duren en het overleg met de netbeheerder moet dus eerder starten dan de subsidieaanvraag zelf.
Wat betekent flexibel elektriciteitsverbruik bij netcongestie?
Flexibel elektriciteitsverbruik betekent dat een organisatie bij netcongestie haar afname in de tijd verschuift of tijdelijk verlaagt, zodat het gevraagde vermogen binnen de bestaande aansluiting past. De aansluiting wordt daarmee niet verzwaard, maar wel beter benut.
Netcongestie blokkeert uitbreiding en elektrificatie zodra de netbeheerder geen extra transportvermogen kan leveren, en juist daar maakt flexibiliteit ruimte binnen het huidige contract vrij. Een productielocatie die haar piek met een batterij aftopt, houdt vermogen over voor nieuwe machines of laadinfrastructuur, zonder dat de aansluiting mee hoeft te groeien.
Flexibiliteit raakt daarnaast aan de drie doelstellingen die in vrijwel elk zakelijk energievraagstuk terugkeren: zelfconsumptie, peakshaving en bedrijfscontinuïteit. Verbruik verschuiven naar momenten met eigen opwek verhoogt de zelfconsumptie, pieken aftoppen verlaagt het gecontracteerd vermogen, en opslag houdt kritische processen draaiende bij verstoringen op het net.
Hoe vraagt een bedrijf de Flex-e subsidie aan?
Een bedrijf vraagt de Flex-e subsidie aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, met eHerkenning niveau 2+. De huidige ronde opende op 6 mei 2026 en sluit op 15 oktober 2026 om 17.00 uur. De RVO beoordeelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst, waardoor het moment van indienen bepalend is zolang er budget beschikbaar is.
De aanvraag is pas compleet met de juiste bijlagen. Daarbij horen een kopie van de aansluit- en transportovereenkomst of een factuur van maximaal twee maanden oud, een door beide partijen getekende offerte die alleen geldt bij toekenning, en een verklaring de-minimissteun. Daarnaast vraagt de RVO een verslag van het verwachte effect op het elektriciteitsverbruik, bij maatregelen onder 100 kW aangevuld met een conceptueel-technisch ontwerp.
Na toekenning geldt een uitvoeringstermijn van twee jaar en een instandhoudingsplicht van vier jaar; de RVO betaalt 90% als voorschot per kwartaal en de resterende 10% na vaststelling. Belangrijk voor de planning: de scan, de studie of de maatregel mag niet zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ingediend. Wij adviseren daarom het ontwerptraject te starten zodra vaststaat dat de locatie in congestiegebied ligt, omdat een getekende offerte en een onderbouwd effectenverslag al een gedimensioneerd systeem veronderstellen.
Welke flexibiliteitsmaatregelen passen bij energieopslag?
Flexibiliteitsmaatregelen die bij energieopslag passen, vallen binnen Flex-e in drie categorieën: opslag, conversie en buffercapaciteit. Een batterij slaat elektriciteit op, een e-boiler zet elektriciteit om in warmte, en koude- of warmtebuffers verschuiven de vraag van een productieproces naar een rustiger moment.
Een batterij levert alleen flexibiliteit op wanneer de aansturing klopt. Een energie management systeem bepaalt op basis van verbruiks- en prijsdata wanneer de batterij laadt, ontlaadt of vermogen vrij houdt; zonder die sturing staat er wel opslagcapaciteit, maar ontstaat er geen flexibel vermogen. Voor batterijen en e-boilers rekent de RVO het vermogen van de asset als flexibel vermogen, wat bepaalt onder welk van de twee deelbudgetten een aanvraag valt.
Laadinfrastructuur valt buiten deze regeling; daarvoor bestaan aparte subsidies. Verder mag een maatregel de netcongestie niet verergeren, waardoor het ontwerp en de dimensionering vooraf zwaar wegen. Flex-e is wel te combineren met fiscale aftrekregelingen, waaronder de EIA en de MIA, en welke subsidies voor zakelijke batterijopslag verder in beeld komen, hangt af van de techniek en de toepassing.
Flex-e subsidie benutten voor zakelijke energieopslag
De Flex-e subsidie benutten voor zakelijke energieopslag begint bij de vraag hoeveel flexibel vermogen er werkelijk in het eigen verbruiksprofiel zit. Pas als dat getal vaststaat, is duidelijk welk onderdeel van de regeling en welke maatregel bij een locatie passen.
Wil je weten of jouw bedrijf in aanmerking komt? HETTA energie brengt het energieprofiel in kaart, simuleert de effecten van opslag en aansturing, en vertaalt dat naar een onderbouwd ontwerp dat de aanvraag kan dragen. Je mag ons alles vragen.






















